Zoeken
  • Tom Schepers

Vasten VI - Het vagevuur

Tijdens de vasten- en Paastijd doorlopen wij in de Protestantse Kerk van Aalst het verhaal van Het leven van Mozes. Elke week verschijnt een meditatie op de website. Zo gaan wij samen op reis vanuit de slavernij in Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land.

Eén van de redenen waarom protestanten zich vijfhonderd jaar geleden hebben afgescheiden van de Rooms katholieke kerk was vanwege de leer van het vagevuur. Het vagevuur, eenvoudig uitgelegd, is een plaats waar de ziel van een gelovige terechtkomt komt als hij nog niet zuiver is. Op deze plaats wordt de gelovige door het vuur gereinigd, zodat hij bij God kan komen. Voor de protestanten was er niet genoeg bewijs in de Bijbel om met dit leerstuk mee te gaan. Ook zagen ze dat er door de kerk misbruik werd gemaakt van het vagevuur. Zo waren er gelovigen die veel geld aan de kerk gaven omdat ze geloofden dat dat nodig was om hun (groot)ouders te bevrijden uit het vagevuur. En de kerk ging maar al te graag mee in deze oplichterij. Hoewel protestanten deze uitleg van het vagevuur afwijzen, zouden wij toch kunnen spreken over een ander soort vagevuur. Dit is niet een vagevuur dat volgt na de dood, maar juist een vagevuur in ons leven hier op aarde.


Het eerste deel van het boek Exodus gaat over de tijd dat de Israëlieten als slaven leefden in Egypte. Veel theologen door de geschiedenis heen plaatsten deze twee volkeren in contrast met elkaar. We zouden kunnen spreken over een Egyptische en Israëlische manier van leven. De Egyptische levensstijl jaagt de passies van het hart na. Wanneer het hart een passie heeft voor eten, dan vreet de Egyptenaar zich helemaal vol. Wanneer het hart een passie heeft voor geld, dan liegt en bedriegt de Egyptenaar zijn hele bankrekening bij elkaar. Wanneer het hart een passie heeft voor de vrouw van een ander, dan vermoordt hij haar man en neemt hij haar voor zichzelf. De Egyptenaar is een slaaf van zijn eigen passies. Bij het najagen ervan vervult hij telkens een kort verlangen, maar daarna volgt opnieuw de leegte die hij weer moet opvullen.


De Israëlische levensstijl is het tegenovergestelde. De Israëliet is bevrijd van de tyrannie van deze passies. Hij is niet langer een slaaf. In de plaats daarvan heeft de Israëliet zich onderworpen aan de wil van God, die ons de goede richting wijst. Wanneer het hart een passie heeft voor eten, dan richt de Israëliet zijn ogen omhoog en vraagt hij God om voldoende voedsel uit de hemel te schenken. Wanneer het hart een passie heeft voor geld, dan leegt de Israëliet zijn bankrekening en verdeelt dit onder de armen. Wanneer het hart een passie heeft voor de vrouw van een ander, dan rukt de Israëliet zijn oog uit en zondert hij zich af. De Israëliet leeft in dienst van God, een dienst die blijvende vervulling geeft.


Nu is het natuurlijk wel zo dat de lijn tussen goed en kwaad niet getrokken kan worden tussen twee volkeren. Elk mens is een beetje Egyptenaar en een beetje Israëliet. Er waren vast vele goede Egyptenaren, en er staan genoeg verhalen in de Bijbel van Israëlieten die de passies van hun eigen hart najagen. Denk bijvoorbeeld aan koning David, die Uria liet ombrengen zodat hij met Uria’s vrouw kon trouwen. De Egyptenaar en Israëliet zoals deze in Exodus worden geschetst staan eenvoudigweg symbool voor twee contrasterende levensstijlen.


Toen Mozes meermaals de farao vroeg of hij de Israëlieten wilde laten gaan, zodat ze hun God konden aanbidden in de woestijn, weigerde de tyran hardnekkig. Daarom kwamen er tien plagen die de Egyptenaren hard troffen. De Egyptenaren werden onder andere geteisterd door een veepest. Deze zorgde ervoor dat alle dieren van de Egyptenaren stierven. Ook blies Mozes as uit over het land, waardoor alle Egyptenaren onder etterende zweren en puisten kwamen te zitten. Daarna hief Mozes zijn staf op naar de hemel, waardoor Egypte werd getroffen door heftige hagel en vuur. Dit vernietigde de grond. Vervolgens kwam er een grote zwerm sprinkhanen voorbij die de voedselvoorraden vernietigde. Nadat dit alles was gebeurd werden de Egyptenaren drie dagen lang in absolute duisternis geworpen. Over de plagen kan veel worden gezegd. Eén van de dingen die opvalt is dat het Israëlische volk, woonachtig in de provincie Gosen, niet getroffen werd.


Denk vervolgens terug aan het contrast tussen de Egyptische en Israëlische levensstijl. De Egyptische levensstijl leidde tot plagen en de Israëlitische levensstijl maakte dat God met zijn woede aan hen voorbij ging. De kerkvader Gregorius van Nyssa legde dit contrast op de volgende manier uit:


“Voor degene die zonder zonde heeft geleefd is er geen duisternis, geen worm, geen Gehenna, geen vuur, noch enige andere van deze angstaanjagende namen en dingen. De geschiedenis legt uit dat de plagen van Egypte niet voor de Hebreeën bestemd waren. Ze leefden op dezelfde plaats, maar het kwaad kwam tot de een en niet tot de ander. Het verschil van vrije keuze onderscheidt de een van de ander. Het is duidelijk dat niets kwaads tot stand kan komen los van onze vrije keuze.” (Gregorius van Nyssa, The life of Moses, eigen vertaling)


Gregorius van Nyssa wijst erop dat de Egyptische levensstijl - een levensstijl die als een slaaf de passies van het hart navolgt - leidt tot plagen. Dit klinkt heel hard, maar vaak blijkt dit toch te kloppen. Iemand die bijvoorbeeld slaaf is van een sigaret loopt de kast getroffen te worden door de plaag van longkanker. Op die manier schuilt er een hel achter elke passie die wij achteloos najagen. Heel vaak zijn de plagen in ons leven het resultaat van onze eigen keuzes. Soms is dit niet het geval, soms is het brute pech, maar vaak kunnen wij toch wel degelijk de verbanden trekken.


Dit brengt ons bij het vagevuur die voor protestanten wel acceptabel is. Veel mensen ervaren verschillende plagen in hun leven, ook wanneer ze geloven. Deze plagen kunnen wij zien als een vagevuur. Soms is een plaag eenvoudigweg brute pech, maar vaak kan een plaag ook een uitnodiging zijn om te kijken naar ons eigen leven. Wij kunnen bijvoorbeeld geplaagd worden door hartproblemen omdat wij teveel een slaaf zijn van de passies van onze eigen maag. Zo’n vagevuuranalyse kan reinigend werken en een eerste stap zijn richting verlossing en een goed leven met God.


De vastentijd voor Pasen is een tijd van bezinning en reflectie. Exodus spreekt over plagen van hagel, vuur, de vernietiging van het land, voedseltekort en duisternis. Hoe herkenbaar zijn deze plagen wel niet! Zowel in ons eigen leven, als op grotere mondiale schaal. De afgelopen jaren is een opeenvolging geweest van crisis naar crisis - van plaag naar plaag. Het is een vagevuur die veel confronterende waarheden naar de voorgrond haalt. Want hoe vaak kunnen wij deze plagen niet terug herleiden naar onze eigen passies - onze eigen Egyptische levensstijl?


De Israëlieten hadden één vraag voor de farao: ‘Laat ons de gaan naar de woestijn, zodat wij God kunnen aanbidden.’ Inkeer en aanbidding is de oplossing die maakt dat de plagen ophouden. Vaak denken wij het zelf te kunnen oplossen. Dan vertrouwen wij op wetenschap en technologie om de crisissen bij de hoorns te grijpen. Maar een chemokuur is niet de oplossing voor de passie van roken. Ook op grotere schaal geldt hetzelfde principe. Het investeren en verspreiden van wapens is bijvoorbeeld niet de oplossing voor de passies van macht en hebzucht die leiden tot oorlog en tirannie. Wanneer wij zo te werk gaan en telkens op een technologische manier oplossingsgericht redeneren, dan zijn wij gelijk aan de tovenaars die probeerden de plagen na te doen om ze zo te verklaren. Nee, de plagen roepen op tot bekering; bekering tot een Israëlische levensstijl die vol vertrouwen de woestijn intrekt om God te aanbidden.

6 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Schaamte