Zoeken
  • Tom Schepers

Vasten IV - De gietvorm van ons hart

Bijgewerkt op: 28 mrt.

Tijdens de vasten- en Paastijd doorlopen wij in de Protestantse Kerk van Aalst het verhaal van Het leven van Mozes. Elke week verschijnt een meditatie op de website. Zo gaan wij samen op reis vanuit de slavernij in Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land.


Naar Exodus 5:1-23

De Israëlieten maakten stenen voor de farao door klei te bakken in een gietvorm. Deze klei vermengden ze met stro. Dit zorgde voor sterkere stenen. Zo leefden ze als slaven. Dag in dag uit vulden ze gietvorm na gietvorm. Ze gingen gebukt onder de onderdrukking van de tiran. De farao wilde dat ze alleen maar naar de aarde bleven kijken en zich niet tot de hemel zouden richten. Dus toen ze vroegen of ze God mochten aanbidden, werd de tegenstand van de tiran nog groter. Nu moesten ze zelf de aarde afspeuren naar stro waarmee ze hun gietvormen konden vullen.


Deze gietvorm is te vergelijken met ons eigen hart. Dag in dag uit zoeken wij naar materiaal waarmee wij de leegte kunnen vullen. Daarvoor kijken wij naar de aarde. De tiran draagt ons op de passies van ons hart na te streven. Hij vertelt daarbij een leugen, en zegt dat het nastreven van deze passie werkelijk vervulling zal geven. Denk bijvoorbeeld aan zoete chocola. Iets in ons zegt dat het eten van deze chocola ons geluk gaat brengen. Dit stemmetje probeert ons ervan te overtuigen dat deze chocola de gietvorm zal vullen. Op het moment dat wij onze tanden in de chocola zetten, is de gietvorm voor even gevuld. Maar direct daarna keert de gietvorm om. De steen valt eruit en de leegte verschijnt opnieuw. Zo rennen wij rond met onze ogen op de aarde, in de hoop dat wij het genot kunnen vinden die de gietvorm kan vullen. Denk aan het bestellen van pakketjes online, het kijken van nog één aflevering op Netflix of die ene sigaret op het balkon. Even voelt het goed, maar daarna volgt de leegte.


Zo zijn wij slaven van de tiran. Hij draagt ons op telkens onze passies na te jagen. En zodra wij ons hoofd naar de hemel opheffen, dan gaat de tiran nog harder schreeuwen. De passies worden nog verleidelijker en de weerstand om ons heen vergroot. Juist dat is het moment om vol te houden en onze ogen te richten naar de hemel. Aanbidding van God is altijd het antwoord op de tirannie van onze eigen passies. In aanbidden leert God ons hoe wij naar de aarde mogen kijken en mogen omgaan met de passies die tot ons spreken.


Het Nieuwe Testament geeft inzicht in de betekenis van dit verhaal. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs spreekt Paulus over een huis dat wij bouwen met “goud, zilver en edelstenen óf met hout, hooi en stro.” (1 Kor 3:12) Dit bouwwerk zal worden getest met vuur, en wat blijft staan heeft eeuwigheidswaarde. De stro in de klei waarmee de Israëlieten de gietvormen vulden zal dus zeker verbranden. Zo zal er ook weinig van ons overblijven wanneer wij als slaven zinloos blijven toegeven aan onze passies. Wij moeten de gietvorm niet vullen met materiaal van de aarde, maar van het goede dat van de hemel komt. In het evangelie van Johannes zegt Jezus: “Wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen.” (Joh 4:14) Hij zei ook: “Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.” (Joh 4:54)


De leegte in ons hart kan blijvend gevuld worden door het water dat Jezus ons te drinken geeft, en het brood dat Hij met ons deelt. Wanneer onze ogen hierop zijn gericht, dan raakt de tiran zijn stem kwijt. Betekent dit dat wij nooit meer iets lekkers mogen eten, of een pakketje mogen bestellen, of Netflix mogen kijken? Natuurlijk is hier nog ruimte voor. Zolang onze ogen naar de hemel zijn gericht, mogen wij ervan uitgaan dat onze passies de juiste plaats krijgen in ons leven. Ze zijn dan niet langer de tiran die ons leven overheerst, maar een bediende die ons vergezelt in onze weg met God.


11 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven