Zoeken
  • Tom Schepers

Nieuwjaarsbrief - 'Christus de Oriënt'

Tijdens Epifanie of Driekoningen staan wij stil bij het verhaal van de magiërs die een ster volgden die hen naar Jezus leidde. Ik neem u mee in de beeldspraak van de sterren in de hemel. Ik verbind deze symboliek aan het scheppingsverhaal, het verhaal uit Genesis 6 over de godenzonen en de dochters van de aarde, en het boek van Henoch. Vanuit deze lijntjes wordt het duidelijk wat het betekend om de sterren te volgen, en hoe Christus als 'hoogste ster' of 'Oriënt' het compas is dat ieder mens nodig heeft.

De Bijbel omschrijft op een bijzondere manier hoe patronen in de schepping zijn verweven. De Bijbel begint als volgt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest.” (Genesis 1:1-2) De duisternis en het water getuigen van de staat waarin de aarde verkeerde. De duisternis wijst erop dat er nog niets gaande was. De aarde was een chaotisch bolletje materie dat geen richting kende. Maar er was ook water. De oceaan is vol gevaren en wij kunnen daarin verdrinken, maar het geeft ook het water dat ons leven geeft. Daarom is water het symbool van potentie waar nieuw leven uit voort kon komen. Het was alsof de aarde nog in de buik van haar moeder zat. Ze moest nog geboren worden. Deze geboorte vond plaats toen God zei: ‘Laat er licht zijn.’ Vervolgens beschrijft Genesis 1 op poëtische wijze hoe God een orde en regelmaat in de aarde schiep waardoor leven mogelijk werd. Hij schiep het licht, en scheidde deze van de duisternis. Vervolgens scheidde Hij het land van het water. Toen scheidde Hij het water in de hemel van het water op aarde. Op een gegeven moment gaf Hij het volgende mandaat:


“God zei: ‘Laten er lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven en de dagen en de jaren, en als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was.” (Genesis 1:14-18)


De zon, de maan en de sterren kennen een vaste regelmaat. In de ochtend maakt de zon ons wakker, en ‘s avonds vertelt de maan ons naar bed te gaan. De maancyclussen maken dat wij maanden en jaren kunnen tellen en de seizoenen kunnen anticiperen. De sterren leren de boeren wanneer ze hun zaden kunnen zaaien en wanneer de tijd van oogsten gekomen is. Zo vormen de hemellichamen samen de kalender die ons leven invult en richting geeft. Zo was het in ieder geval in de tijd voor de industriële revolutie. Vele intelligente mensen begonnen de sterren te bestuderen. Ze merkten op dat deze sterren en planeten zich met een vast ritme door het heelal heen bewegen. Zo ontstonden er uitgebreide omschrijvingen van de verschillende sterrenbeelden. Ze zagen ook dat de verschijning van bepaalde sterrenbeelden verbonden zijn met patronen op de aarde. Sommige van deze verbindingen waren heel logisch en nuttig, zoals de tijden van zaaien en oogsten. Maar andere verbindingen waren minder betrouwbaar, zoals de tijden om ten oorlog te trekken of de liefde te bedrijven. Zo ontstond de astrologie. Vele oude culturen begonnen de verschillende hemellichamen aan goden te verbinden. Deze aanbaden ze met het geloof dat enkel de juiste aanbidding ervoor zou zorgen dat de goden zichzelf zouden laten zien.


Net als de vele andere volkeren hadden ook de Israëlieten een astrologische traditie. Eveneens zagen de Israëlieten de sterren als hemelse figuren. Ze verbonden de sterren met de engelen, die samen een hemels leger vormen dat dag en nacht God aanbidt. In het boek Rechters staat bijvoorbeeld het loflied van Debora. In dat lied zingt zij: ‘De sterren aan de hemel streden mee tegen de vijand, zij hadden in hun baan zich tegen Sisera gekeerd.’ (Rechters 5:20) De sterren werden dus gezien als engelen die met hun bewegingen invloed uitoefenen op de gebeurtenissen op aarde.


De manier waarop de Israëlieten naar de sterren keken wordt het best beschreven in het boek van Henoch. Het boek van Henoch is een buitenbijbels joods mythologisch geschrift dat voor lange tijd bewaard is gebleven in Ethiopië. In de achttiende en negentiende eeuw werden deze geschriften steeds meer in de brede christelijke wereld bekend. In het eerste deel in het boek van Henoch geeft hij uitleg over een bekende en vrij obscure passage in Genesis:


“1 Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2 De godenzonen zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. 3 Toen zei de HEER: ‘Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven.’ 4 In die tijd en ook daarna nog, zolang de godenzonen gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.” (Genesis 6:1-4)


Henoch legt uit dat er engelen waren die zagen hoe mooi de vrouwen waren die op aarde leefden. Daarom daalden tweehonderd engelen uit de hemel af om met deze vrouwen te trouwen. In de Griekse mythologie zijn er vergelijkbare verhalen, zoals het verhaal van Zeus die verliefd wordt op Alkmene, de moeder van Herakles. De kinderen die voortkomen uit deze huwelijken tussen gevallen engelen en mensen waren giganten. Zij begingen ernstige zonden. Henoch omschrijft het als volgt:


“En [de vrouwen] werden zwanger en baarden grote reuzen. Hun hoogte was drieduizend el. Ze verslonden alles waarvoor de mens gezwoegd had, totdat de mens niet meer voor de reuzen kon voorzien. Toen keerden de reuzen zich tegen de mens, en ze verslonden het menselijk vlees. Zo zondigden ze ook tegen de vogels, de dieren, de reptielen en de vissen. Ze verslonden elkaar en aten elkaars vlees en ze dronken elkanders bloed. Toen begon de aarde te klagen omwille van deze wetteloze wezens. En Azazel[, de leider onder de gevallen engelen,] leerde de mens zwaarden, messen, schilden en borstplaten te maken. En hij toonde hen ook hoe ze armbanden, ornamenten, make-up en mooie stenen moesten maken. En zo was de wereld veranderd. En er was grote goddeloosheid, en veel ontucht, en ieder verloor zijn weg, en in al hun wegen werden ze corrupt.” (Het boek van Henoch - 7:2-8:2)


Zo toont de Joodse mythologie dat er goede sterren/engelen zijn die God aanbidden, en dat er gevallen sterren/engelen zijn die de mens op verkeerde wegen brengt. De mens kijkt omhoog en neemt instructies van de sterren. Dit beeld is zeer begrijpelijk in de context van een oude cultuur waar de zon, maan en sterren onder andere functioneerden als navigatie en als de agenda voor de landbouw. Maar sommige sterren wijzen ons op de verkeerde weg en maken dat wij gaan zondigen. Henoch heeft in zijn boek ook Het boek van de hemelse lichten opgenomen. Dit is een astrologische kalender waarin hij de wegen van de zon, maan en sterren omschrijft. Hij spreekt over jaren van 364 dagen, met vier seizoenen van 91 dagen. Maar in deze kalender geeft hij ook een waarschuwing:


“Maar in de dagen van de zondaren zullen de jaren korter worden. De zaden zullen later op de velden landen. En alle dingen op aarde zullen veranderen en niet tevoorschijn komen op de juiste tijd. En de regen zal niet vallen, de hemel zal het vasthouden. En in die dagen zullen de vruchten van de aarde laat komen, en ze zullen niet op de juiste tijd groeien, en de vruchten van de bomen komen niet op de juiste tijd. … En de hoofden van vele sterren zullen verdwalen. Ze zullen van hun baan afwijken en hun activiteiten zullen niet tevoorschijn komen op de tijden die voor hen voorgeschreven zijn. En de gehele wet van de sterren zal gesloten zijn voor de zondaren. En de gedachten van de mensen die op aarde wonen zullen daardoor op een dwaalspoor raken. Ze zullen zichzelf als goden zien.” (Het boek van Henoch - 80:2-3, 6-7)


Hier omschrijft Henoch wat er zal gebeuren wanneer de mens stopt God te aanbidden, en de gevallen sterren gaat volgen. In zijn eigen ogen wordt hij snel sterk, machtig en prachtig. Hij leert immers de kunst van smederij, sieraden en make-up. Dit maakt dat de mens zichzelf als de hoogste god gaat zien. Maar wat er in praktijk gebeurt is dat hij een vertekend beeld van de realiteit krijgt. Langzaam maar zeker kan hij de sterren die God aanbidden niet meer zien. Hij weet niet meer wanneer hij moeten slapen of waken, zaaien of oogsten, en het kompas van goed en kwaad is al helemaal verdwenen. De mens raakt hierdoor verdwaald, omdat hij geen oriëntatiepunt meer heeft.


Tot nu toe kijken we naar dit verhaal vanuit een mythologische lens, maar het is gemakkelijk te vertalen naar ons eigen leven. We kijken omhoog en zien de sterren. Elke ster heeft een eigen naam, zoals: geld, aanzien, macht, uiterlijke schoonheid, intelligentie, familie, politiek gelijk en winst. Elk van deze zaken heeft een functie, een plaats in het heelal, maar het gaat fout wanneer één van deze zaken de hoogste ster wordt die wij aanbidden. Als één van deze sterren de hoogste waarde wordt in ons leven, dan raken wij verdwaald en gaan wij perverse keuzes maken. Denk bijvoorbeeld aan geld. Iemand die geld als hoogste waarde heeft, meet zijn leven aan de hand van zijn bankrekening. Hij gaat vanuit zijn hebzucht vanzelf keuzes maken die fout zijn. Hij verliest andere mensen uit het oog. Hij liegt, bedriegt en verwaarloost de mensen om zich heen. Het enige wat hij nog ziet is de ster die hij aanbidt. En zo is het met alles. De ster die wij aanbidden, het doel waar onze handelingen op gericht zijn, is bepalend voor de wereld die zich voor ons ontvouwt. De rituelen en gewoonten die wij uitvoeren zijn intrinsiek verbonden met de realiteit die wij onder ogen komen.

Het Kerstverhaal legt uit dat er magiërs in het oude Perzië waren die sterren aanbaden. Zij hadden zich net als vele volken op aarde verloren in deze afgoderij. De verkeerde sterren stonden op de hoogste plaats in hun leven. De profetie van Henoch was voor hen en vele anderen een realiteit geworden: ‘In de dagen van de zondaren zullen de jaren korter worden.’ Ze waren verdwaald in de duisternis. Maar de profeet Jesaja had ook een profetie uitgesproken: ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht.’ (Jesaja 9:1) En zo was het dat de magiërs een ster zagen die helderder scheen dan elke andere ster. Ze pakten hun spullen en verlieten hun vaderland. Elke andere ster lieten ze achter zich, en ze volgden de ster naar de plaats waar deze het felst scheen. Dit was in het plaatsje Bethlehem, in Judea, waar Jezus Christus, God zelf, in een voederbak lag te slapen.


Jezus wordt ook wel de Zon van de gerechtigheid genoemd, de hoogste en felste ster in het universum. Elke andere ster in de hemel knielt voor Hem neer en aanbidt Hem dag en nacht. Zo knielden ook de magiërs voor Jezus neer. Samen met de engelen aanbaden ze de Zoon van God. In de oosterse kerken wordt vaak een troparion gezongen. Dit is een bijzonder lied dat verbonden is met een specifieke feestdag. Dit is de troparion bij de geboorte van Christus:


Uw geboorte, o Christus onze God, Heeft in de wereld het Licht van wijsheid doen schijnen! Want hierdoor werden zij die de sterren aanbaden, door een Ster onderwezen om U te aanbidden, de Zon van de Gerechtigheid, en om U te kennen, de Oriënt op de hoogste plaats. O Heer, glorie aan U!


Doordat de magiërs de Heer aanbaden werd het universum voor hen op de juiste manier geordend. Door hun aanbidding ontvouwde de wereld zich op de manier waarop God de wereld geordend heeft. Door Jezus in het centrum te plaatsen en Hem te aanbidden, synchroniseren wij ons eigen leven met het leven zoals God dat heeft bedoeld. Alle andere sterren daaromheen, zoals geld, macht, intelligentie en schoonheid, krijgen daardoor ook de juiste plaats in ons leven. Met Christus als centrumpunt leren wij hoe wij met al deze zaken moeten omgaan. Daarom wordt Jezus ook de Oriënt genoemd. Hij is het centrumpunt dat ons gehele leven richting geeft. Daarom zegt Jezus in het evangelie van Johannes: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ (Johannes 8:12b)


Aan het begin van dit jaar hebben wij allerlei dromen en plannen voor ogen. Vaak spreken wij over goede voornemens voor het nieuwe jaar. Dit zijn allemaal sterren die voor onze ogen schijnen. Het is goed om deze plannen te hebben; we mogen met opgeheven hoofd het komende jaar tegemoet gaan. Maar in het centrum van al deze sterren, in het centrum van ons leven, mogen wij Christus plaatsen en voor Hem neerknielen. Alles wat wij doen, elke ster die wij navolgen, mogen wij doen in aanbidding tot Hem. Zo wordt Christus de Oriënt van ons leven; het Licht dat schijnt en ons leven richting geeft. Ik wens u een gezegend 2022.


16 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven