Zoeken
  • Tom Schepers

Iconen van Genade - Deel III

Deze advents- en Kerstserie neemt u mee in het verhaal van de komst van Christus. De verschillende scènes van het advents- en Kerstverhaal worden onderbroken door korte reflecties van de kerkvaders. Op een bijzondere en symbolische wijze ontvouwen zij de mysteries die in het Kerstverhaal verweven zitten.

Christus is geboren, breng glorie! Christus is gekomen uit de hemelen, ga op weg en ontmoet Hem! Christus is op aarde, laat uzelf opheffen! ‘Zing tot de Heer, heel de aarde,’ en ‘laat de hemelen zich verheugen en de aarde juichen,’ want de hemelse Ene is nu op aarde. Christus is in het vlees, juich met beven en vreugde! Beef omwille van de zonde, juich vanwege de hoop. Christus komt voort uit een maagd. Wie zou niet de Ene aanbidden die er was ‘in de beginne’? Wie zou niet de Laatste eer bewijzen?

(Gregorius van Nazianzus)


In de tijd toen de aristocraat Quirinius bewind voerde over Judea en Samaria, kondigde keizer Augustus een volkstelling af. Hoewel de joodse wet zo’n telling afwijst, gingen toch de meeste joden op weg naar hun plaats van afkomst om zich te laten inschrijven. Zo gingen ook Jozef, een nakomeling van koning David, en zijn hoogzwangere vrouw Maria, op weg om zich te laten registreren. Ze reisden van Nazareth in Galilea naar Bethlehem in Judea. Dit was een afstand van zeker zes dagreizen. Terwijl ze daar waren, brak de dag

van Maria’s bevalling aan. Vanwege de drukte waren er geen verblijfplaatsen meer in de herbergen. Wel was er een overdekte stal waar ze de nacht konden doorbrengen. Op het donkerste moment van de nacht, nog voor de komst van de morgenster, bracht Maria het kind ter wereld, haar eerstgeborene. Jozef en Maria noemden het kind Jezus, zoals de engel had opgedragen. Ze wikkelden Hem in linnen doeken en legden Hem in een voederbak.


De evangeliën getuigen ervan dat de Heer is geboren in de nacht. Hij kwam voor de morgenster, de herders lagen in de velden en de mensen sliepen in de herbergen. Het is goed mogelijk dat de nachtelijke geboorte van Christus ook een mysterieus doel had. Hij was immers bestemd om het licht van de waarheid te zijn temidden in de donkere schaduwen van onwetendheid.

(Tertullianus van Carthago)

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, waar ze de wacht hielden bij hun kudde. Opeens werden ze omgeven door de stralende luister van de Heer. Ze schrokken daardoor hevig. Een engel van de Heer trad naar de voorgrond en zei: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen. Dit nieuws brengt vreugde aan het gehele volk. Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer! Ik geef jullie een teken waarmee jullie hem kunnen vinden. Ga op weg en zoek naar een pasgeboren kind. Hij is in doeken gewikkeld en ligt

in een voederbak.’ Plotseling zagen de herders een groot engelenkoor dat zich bij de engel voegde. Dit hemelse leger kwam samen om God te prijzen met de woorden: ‘Ere aan God in de allerhoogste hemelen, en vrede op aarde voor alle mensen die Hij liefheeft!’ Toen keerden de engelen terug naar de hemel en lieten de herders alleen achter. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten wij direct naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er is gebeurd - wat de Heer aan ons bekend heeft gemaakt.’


Zo werd de scheidingsmuur van het machtige aardse bolwerk afgebroken. De onverzoenbare vijandschap werd vernietigd. Vrede en vreugde verspreidden zich door de schepping. God werd mens, en de hemel en aarde werden met elkaar verenigd. De engelen kwamen dichtbij de herders, en de herders werden verlicht door de engelen. Daarom verheugden ze zich bij de grote aankondiging, en ze zagen de goede en genadevolle Herder toen ze het pasgeboren

onbevlekte Lam in de stal zagen liggen. De aarde ontdekte het hemelse lofgezang, en de hemel juichte bij het zien van de vrede op aarde en de goede wil onder de mensen.

(Maximus Confessor)


Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria, Jozef en het kind aan dat in de voederbak lag. Toen ze het zagen, vertelden ze wat hun over het kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden.


In die tijd waren er magiërs uit Perzië, dat ten oosten van Israël in het gebied van de grote rivieren lag. Zij hadden in de sterren gelezen dat er een koning geboren zou worden waarover de profeten hadden gezegd: ‘En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.’ Daarom gingen deze vooraanstaande mannen op weg.

Voor vele honderden kilometers volgden zij de ster die leidde naar Bethlehem. Daar zouden ze de Koning der koningen vinden. Hem wilden ze alle eer bewijzen door voor Hem neer te knielen en Hem te overladen met dure giften.


Laten wij de magiërs volgen en ons losmaken van barbaarse gewoonten. Wanneer wij ons daar ver van weerhouden, dan mogen wij Christus zien. Als de magiërs niet ver van hun eigen land waren geweest, dan hadden zij Hem niet gezien. Daarom moeten ook wij afstand nemen van de dingen hier op aarde als wij Christus willen zien. Want toen de wijze mannen nog in Perzië waren, zagen zij slechts een ster. Maar toen ze Perzië verlaten hadden, aanschouwden ze de Zon van de Gerechtigheid.

(Johannes Chrysostomus)

Toen de magiërs in Jeruzalem aankwamen vroegen ze: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? We hebben een ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde. De hogepriesters en schriftgeleerden legden hem uit dat de profeten hadden voorzien dat de koning in Bethlehem geboren zou worden.


In het geheim liet hij de magiërs bij zich komen. Hij bevroeg hen in detail over de kennis die zij bezaten, en hij stuurde hen naar Bethlehem, en zei: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het te aanbidden.’


Nadat ze de koning hadden aangehoord gingen ze op weg. Nu ging de ster voor hen uit totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze de ster zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met zijn moeder Maria. Ze wierpen zich in aanbidding voor het kind neer. Daarna openden ze hun kistjes en schonken goud, wierook en mirre. Op hun terugreis openbaarde de Heer aan de magiërs dat ze niet naar Herodes terug moesten gaan. Daarom namen zij een andere route naar hun thuisland.

God verscheen ook aan Jozef in een droom en zei: ‘Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is op zoek naar je zoon. Hij wil Hem om het leven brengen!’ Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs was misleid, werd hij verschrikkelijk kwaad. Hij gaf de opdracht om in Betlehem en wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen, in de hoop ook Jezus te doden. Maar Jozef en Maria waren met het kind al uitgeweken uit naar Egypte, waar ze bleven tot de dood van Herodes. Daarna keerde ze terug naar Nazareth in Galilea, waar het kind opgroeide.


De magiërs werden door ster naar het huis van Jacob gebracht, waar ze Immanuël vonden. Door hun giften lieten ze zien wie ze aanbaden. Ze gaven mirre, want de Heer moest sterven en begraven worden voor het menselijk geslacht in al haar sterfelijkheid. Ze gaven goud, want Hij was de Koning aan wiens koninkrijk geen eind zou komen. En ze gaven wierook, want Hij was God die zich kenbaar maakte in Judea, en zich zelfs liet vinden door mensen die Hem niet zochten.

(Irenaeus van Lyon)

8 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Schaamte