Zoeken
  • Tom Schepers

De Torah

Het verhaal van de Bijbel begint met God. Hij sprak, en zo schiep Hij de hemel en de aarde. Alles wat wij zien en kennen komt voort uit deze woorden. Ook zei God: ‘Laten wij mensen maken, die op ons evenbeeld lijken.’ Nog nooit in de geschiedenis was er zo’n radicaal voorstel gedaan als dit. Elk mens, van koning tot slaaf, was als een spiegel waardoor wij God konden herkennen. Zo’n spiegel is heilig, en het vernietigen van dit evenbeeld was daarom ook de grootste misdaad die de mensheid kon begaan. God schiep een man en een vrouw, en zei: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk!’

De mens leefde in een prachtige tuin en had het goed. Maar hij werd verleid door een slang, bezeten door het kwaad, om van een vrucht te eten waarover God had gezegd: ‘Eet niet van de boom die kennis geeft over goed en kwaad. Wanneer je dat doet, dan zal je zeker sterven!’ De mensen aten, en het was alsof de schellen van hun ogen vielen. Ze werden geworpen in de geschiedenis, vol met schaamte, pijn en verdriet. Vanaf nu moesten ze zwoegend door het leven met de wetenschap dat ze op een dag zouden sterven.


Na vele generaties besloot God om op weg te gaan met een volk dat Hij apart zou zetten. Hij riep een man, genaamd Abram, de zoon van Terach, en zei: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.’ Abram was trouw aan God en trok naar onbekende oorden. God beloonde zijn trouw en gaf Abram een nieuwe naam - Abraham, de vader van vele volkeren. Hij stond aan het begin van een familielijn met vele grote namen. Profeten, rechters, koningen zouden allemaal Abraham als papa kennen. Uiteindelijk zou uit het geslacht van Abraham zelfs de grootste koning uit de geschiedenis geboren worden. Deze koning zou redding brengen aan alle mensen.


Abraham kreeg op oude leeftijd een zoon, Isaak, die zelf vader werd van Esau en Jacob. Toen Izaak stierf, hij was blind en op hoge leeftijd, deed Jacob zich voor als zijn oudere tweelingbroer. Isaak zegende zijn jongste zoon. Dit was hoogverraad in de ogen van Esau. Daarom moest Jacob vluchten, en zo kwam hij, net als zijn grootvader Abraham, in een onbekend land terecht. Hij trouwde met de zussen Lea en Rachel, en kreeg twaalf zonen. God riep Jacob om terug te keren en zich te verzoenen met Esau. De nacht voordat de twee broers elkaar weer zouden ontmoeten werd Jacob overvallen door een vreemdeling. Legende zegt dat het een engel van de hoogste God was met wie hij worstelde. Dit gevecht duurde de ganse nacht, en bij de eerste ochtendgloren was Jacob gehavend met een beschadigde heup, maar hij stond nog wel. De engel zegende hem en zei: ‘Voortaan zal je naam niet Jakob zijn maar Israël, want je hebt met God en mensen gestreden en je hebt gewonnen.’


Israël, hij die worstelt met God, en zijn twaalf zonen, later de vaders van de twaalf stammen van Israël, kwamen vanwege een hongersnood in Egypte terecht. De farao was hun eerst goed gezind, maar langzaam verviel het rijk in tyrannie. De nakomelingen van Israël gingen vierhonderd jaar lang gebukt onder slavernij. Toen richtte God zich tot Mozes, een Israëlische vluchteling. Mozes was een stotterende zwakkeling die de confrontatie met de farao niet aandurfde. Toch gebruikte God deze kleine man als Zijn instrument. Mozes vroeg aan God: ‘Als de mensen vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ God antwoordde: ‘Ik ben die er zijn zal. Ik zal er zijn!’


Samen met zijn broer Aäron trok Mozes naar de farao. Ze verrichtten allerlei tekenen en vertelden over de rampen die de farao kon verwachten als hij niet zou luisteren naar de allerhoogste God. Ze hadden een hele duidelijke boodschap: ‘Laat mijn volk, de kinderen van Abraham, Isaak en Jacob, gaan!’ De farao gaf geen gehoor aan deze oproep totdat God elke oudste zoon van het land om het leven bracht. God ging het volk van Israël voorbij en spaarde hun zonen. Op deze paasdag, de dag waar God de Israëlieten passeerde, mocht het volk onder aanvoering van Mozes vertrekken naar een nieuwe plaats. Door de woestijn heen zou God hen leiden naar het beloofde land.


Veertig jaren lang trokken de Israëlieten door de woestijn. Daar gaf God zijn instructies mee aan het volk. Hij legde hen uit hoe ze moesten leven. God zelf gaf de gebruiken die de mensen moesten houden om Hem te eren. Hij gaf vele wetten en leefregels, die allemaal hun grondslag vonden in de eerste woorden van de tien geboden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden.’ Na veertig lange jaren mocht de hoogbejaarde Mozes een blik werpen op het beloofde land. Zelf zou hij nooit binnengaan, maar hij mocht sterven in de wetenschap dat God trouw is gebleven en telkens opnieuw de redding zou blijven brengen die Israël nodig had.


Dit is het begin van het verhaal van de reis die God maakte met de mens. De verhalen, wetten en voorschriften werden later opgeschreven in de vijf rollen van de Thora. Genesis, het begin van alle dingen. Exodus, de bevrijding van het volk. Leviticus, de instructies die ons God leren eren. Numeri, de veertig jaren in de woestijn. En Deuteronomium, de weg naar het beloofde land.


De Joden maken een onderscheid tussen de geschreven en gesproken Thora. De geschreven Thora bestaat uit de vijf boeken. De gesproken Thora is de traditie van deze geschriften. Rabbijnen, dat zijn Joodse geestelijken die experts zijn in de studie van de Thora, hebben door de gehele geschiedenis gereflecteerd op de Thora. Ze keken naar de betekenis van deze teksten en de impact van de boodschap van deze teksten op hun eigen tijd. Deze traditie passen wij ook toe op de gehele Bijbel.


De Bijbel noemen wij vaak het Woord van God, maar het Woord van God is niet één ding. In het Evangelie van Johannes lezen wij dat Jezus ook het Woord van God is. Wanneer de dominee op de preekstoel staat en spreekt over deze millennia oude geschriften, dan verkondigt hij ook het Woord van God. Het Woord van God is opgeschreven, maar het onze opdracht om ons ook het Woord van God eigen te maken. Dit doen wij op twee manieren. Wij lezen de verhalen, keer op keer, en ontdekken zo het fundament waar onze wereld op gebouwd is. En wij leven de verhalen, keer op keer, door de woorden in ons hart te bewaren en ons leven daardoor te laten vormen.


5 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven