Dagelijks ochtendgebed - 8 uur

Dagelijks Ochtendgebed - 8 uur

Elke dag om 8 uur hebben wij een online ochtendgebed waarmee wij de dag te beginnen. Op deze pagina vindt u (1) het gebed van de dag met een korte Schriftlezing, pianospel en gebed, (2) de Psalm van de dag, en (3) de uitgebreide Schriftlezingen van de dag. 

Vrijdag 17 september 2021

Gebed van de dag

Naar Psalm 33
 

Juich, rechtvaardigen, voor de HEER,
de oprechten moeten hem loven.
Huldig de HEER bij de klank van de lier,
speel voor hem op de tiensnarige harp.
Voor u HEER zingen wij een nieuw lied,
wij spelen en zingen met overgave.
Oprecht is uw woord, alles wat u doet is betrouwbaar.

Psalm van de dag

Schriftlezingen

2 Koningen 1:2-17

1 Korinthe 3:16-23

Mattheüs 5:13-16

2Achazja was uit het venster gevallen van een vertrek op de bovenverdieping van zijn paleis in Samaria, en zwaargewond geraakt. Hij stuurde boden uit met de opdracht Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen. 'Vraag hem of ik mijn val zal overleven.'

3Een engel van de HEER zei tegen de Tisbiet Elia: 'Ga de boden van de koning van Samaria tegemoet en zeg hun: "U gaat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, alsof Israël zelf geen God heeft.

4Daarom-zegt de HEER -zul je niet meer van je ziekbed opstaan, maar sterven."' Elia deed wat hem gezegd was.

5Toen de boden bij de koning terugkeerden, vroeg deze: 'Hoe kan het dat jullie nu al terug zijn?'

6Ze antwoordden: 'We kwamen onderweg iemand tegen die zei: "Ga terug naar de koning die u gestuurd heeft en zeg hem: 'Dit zegt de HEER: Jij laat Baäl-Zebub, de god van Ekron, raadplegen, alsof Israël zelf geen God heeft. Daarom zul je niet meer van je ziekbed opstaan, maar sterven.'"'

7'Hoe zag hij eruit, die man die jullie tegemoet kwam en dit tegen jullie heeft gezegd?' vroeg de koning.

8'Hij was sterk behaard, 'antwoordden ze, 'en hij droeg een leren lendendoek.' 'Dan was het de Tisbiet Elia, 'zei de koning.

9Achazja stuurde een bevelhebber met vijftig mannen naar Elia toe. Ze troffen Elia aan op de top van een berg. De bevelhebber zei: 'Godsman, de koning beveelt u naar beneden te komen.'

10Maar Elia antwoordde: 'Als ik een godsman ben, laat er dan vuur uit de hemel komen om u en uw vijftig mannen te verteren.' Hierop kwam er vuur uit de hemel dat de bevelhebber en zijn mannen verteerde.

11Opnieuw stuurde de koning een bevelhebber met vijftig mannen naar Elia toe, en die zei tegen Elia: 'Godsman, de koning beveelt u onmiddellijk naar beneden te komen.'

12En weer antwoordde Elia: 'Als ik een godsman ben, laat er dan vuur uit de hemel komen om u en uw vijftig mannen te verteren.' Hierop kwam er een goddelijk vuur uit de hemel dat de bevelhebber en zijn mannen verteerde.

13Voor de derde maal stuurde de koning een bevelhebber met vijftig mannen. Toen deze derde bevelhebber bij Elia kwam, knielde hij voor hem neer en smeekte: 'Godsman, spaar alstublieft mijn leven en dat van deze vijftig mannen.

14Ik weet dat er vuur uit de hemel is gekomen dat de twee vorige bevelhebbers en hun mannen heeft verteerd. Maar alstublieft, spaar mijn leven.'

15Toen zei de engel van de HEER tegen Elia: 'Ga met hem mee, je hebt van de koning niets te vrezen.' Hierop ging Elia met de bevelhebber mee naar de koning

16en zei tegen hem: 'Dit zegt de HEER: Je hebt boden gestuurd om Baäl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen, alsof Israël zelf geen God heeft die je had kunnen raadplegen. Daarom zul je niet meer van je ziekbed opstaan, maar sterven.'

17Achazja stierf, zoals de HEER bij monde van Elia had voorzegd. Dit gebeurde in het tweede regeringsjaar van koning Joram van Juda, de zoon van Josafat. Omdat hij geen zoon had, werd hij opgevolgd door zijn broer Joram.

16Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?

17Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig-en die tempel bent u zelf.

18Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden.

19Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: 'Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.'

20En er staat ook geschreven: 'De Heer kent de gedachten van de wijzen; hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.'

21Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want  lles is van u;

22of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst- lles is van u.

23Maar u bent van Christus en Christus is van God.

13Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.

14Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.

15Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.

16Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

Deze bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004