Dagelijks ochtendgebed - 8 uur

Dagelijks Ochtendgebed - 8 uur

Elke dag om 8 uur hebben wij een online ochtendgebed waarmee wij de dag te beginnen. Op deze pagina vindt u (1) het gebed van de dag met een korte Schriftlezing, pianospel en gebed, (2) de Psalm van de dag, en (3) de uitgebreide Schriftlezingen van de dag. 

Maandag 17 mei 2021

Gebed van de dag

Psalm van de dag

Schriftlezingen

Ezechiël 4:1-17

Hebreeën 6:1-12

Lucas 9:51-62

1Mensenkind, neem een kleitablet voor je en teken daarop een stad: Jeruzalem.

2Sla het beleg voor de stad, werp een belegeringswal op, maak een bestormingsdam, richt een legerkamp in en zet stormrammen om de stad heen.

3Neem dan een bakplaat, zet die als een ijzeren muur tussen jou en de stad en richt je blik op haar: de stad wordt belegerd en jij bent de belegeraar. Dit alles zal een teken zijn voor het volk van Israël.

4Daarna moet je op je linkerzij gaan liggen en die de schuld van het volk van Israël laten dragen-alle dagen dat je op je zij ligt, zul je hun schuld dragen.

5Driehonderdnegentig dagen lang geef ik je die last te dragen, één dag voor elk jaar dat het volk van Israël schuldig is geweest.

6Wanneer je die dagen hebt volgemaakt, ga je vervolgens op je rechterzij liggen om de schuld van het volk van Juda te dragen, veertig dagen lang: één dag voor elk jaar geef ik je die last te dragen.

7Je moet je blik op het belegerde Jeruzalem gericht houden, met ontblote arm, en tegen de stad profeteren.

8Ik zal je met touwen vastbinden zodat je je niet van de ene op de andere zij kunt draaien, net zolang tot alle dagen dat je de stad belegert voorbij zijn.

9Je moet tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt bij elkaar in een pot doen en er brood van bakken; dat is wat je de driehonderdnegentig dagen dat je op je zij ligt te eten zult krijgen.

10Het brood dat je eet moet worden afgewogen: je krijgt maar twintig sjekel per dag, elke dag weer.

11Het water dat je drinkt moet worden afgemeten: je krijgt niet meer dan een zesde hin, elke dag weer.

12Ook moet je nog een gerstekoek eten die je voor ieders ogen moet bakken op menselijke uitwerpselen.

13Zo zullen alle Israëlieten in onreinheid hun brood eten, want ik zal ze verbannen naar andere volken.'

14'Ach HEER, mijn God, 'zei ik, 'er is nooit iets onreins door mijn keel gegaan, nog nooit in mijn leven heb ik het vlees van een gestorven of verscheurd dier gegeten, nooit heb ik onrein vlees geproefd.'

15Daarop antwoordde hij mij: 'Goed dan, ik geef je rundermest in plaats van menselijke uitwerpselen om je brood op te bakken.'

16Ook zei hij tegen mij: 'Mensenkind, let op! Spoedig zal ik in Jeruzalem het brood dat het volk staande houdt, schaars maken. Dan zullen ze het brood dat ze eten, moeten afwegen en daarbij door zorgen worden verteerd, en het water dat ze drinken, moeten afmeten en daardoor van wanhoop worden vervuld.

17Ze zullen door honger en dorst tot wanhoop worden gedreven, ze zullen onder de last van hun schuld wegkwijnen.

1We moeten de eerste beginselen van de leer over Christus hier toch maar laten rusten en ons richten op wat voor volwassenen bedoeld is. We willen niet nog eens het fundament leggen en spreken over het zich afkeren van daden die tot de dood leiden, over het geloof in God,

2de leer over het dopen en de handoplegging, en over de opstanding van de doden en het laatste oordeel.

3We maken deze keuze in het vertrouwen dat God het ons toestaat.

4Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest,

5wie het weldadig woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft

6en vervolgens afvallig is geworden, kan onmogelijk een tweede maal worden bekeerd, omdat zo iemand voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigt en aan bespotting blootstelt.

7Land dat de overvloedige regen opneemt, en nuttige gewassen oplevert aan wie het bewerken, ontvangt Gods zegen,

8maar land dat dorens en distels voortbrengt, is waardeloos en rijp voor vervloeking; het zal uiteindelijk in vlammen opgaan.

9We zeggen dit nu wel, geliefde broeders en zusters, maar we zijn ervan overtuigd dat u op de goede weg bent en dat u gered zult worden.

10Want God is niet zo onrechtvaardig dat hij vergeet wat u hebt gedaan, hoeveel liefde u aan zijn naam hebt betoond door sinds jaar en dag steun te verlenen aan de gelovigen.

11Het is onze vurige wens dat ieder van u tot het einde toe dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn,

12en dat u niet achterblijft, maar in het spoor treedt van hen die dankzij hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.

51Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem.

52Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden,

53wilden de dorpelingen hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.

54Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt u dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’

55Maar hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.

56Ze gingen verder naar een ander dorp.

57Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’

58Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’

59Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’

60Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’

61Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’

62Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Deze bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004